Het jaar van Caroline, Pieter en Geert


Nederlands | 28-06-2024 | 368 pagina's

9789046833179

Paperback / softback


  Bekijk inkijkexemplaar

€ 20,99


 

   Bestelbaar

   Gratis bezorging vanaf € 25,-

   Retourneerbaar binnen 14 dagen




Tekst achterflap

‘Buitengewoon leuk om te lezen.’ Met het Oog op Morgen, NPO Radio 1

Een uitzonderlijk jaar in de Nederlandse politiek door de ogen van twee insiders

Wat is er aan de hand in Nederland? Eerst wordt Caroline van der Plas met BBB in elke provincie de grootste partij. Nog geen vier maanden later valt het impopulaire kabinet-Rutte IV. In de zomer houdt Pieter Omtzigt Nederland in spanning. Gaat hij een eigen partij oprichten of niet? Hij doet het en zijn NSC vliegt gelijk naar grote hoogte in de peilingen. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in november slaat Geert Wilders genadeloos toe: met 37 zetels wordt zijn PVV veruit de grootste.

Hoe kan het dat juist deze drie partijen de wind in de zeilen krijgen en dat de Nederlandse politiek volledig op z’n kop wordt gezet? Joost Vullings en Xander van der Wulp beschrijven hoe het er achter de schermen aan toeging in het jaar van de drie grote winnaars Geert, Pieter en Caroline (en van Dilan Yesilgöz, die met haar VVD tien zetels verliest). Met hun kritische blik en met vaart en humor duiden ze de politiek turbulente tijd waarin we leven.

‘Leest ontzettend lekker weg. Fantastisch inkijkje in het wel en wee aan het Binnenhof.’ Edwin Evers, Evers & co., Radio 538

Van de makers van de populaire podcast De stemming van Vullings en Van der Wulp

Biografie

Joost Vullings is politiek commentator voor EenVandaag.

Xander van der Wulp is politiek verslaggever voor het NOS Journaal.

Iedere week maken zij samen de populaire politieke podcast De stemming van Vullings en Van der Wulp.

Details

EAN :9789046833179
Auteur: 
Uitgever :Park Uitgevers
Publicatie datum :  28-06-2024
Uitvoering :Paperback / softback
Taal/Talen : Nederlands
Hoogte :210 mm
Breedte :136 mm
Dikte :28 mm
Gewicht :442 gr
Status : Bestelbaar
Aantal pagina's :368